We meten het succes van een bedrijf eigenlijk maar op een manier: hoeveel wordt er verkocht? Hoe snel groeit de omzet? Hoeveel winst wordt er gemaakt?
Maar wat als dit de verkeerde manier van succes meten is? Wat als het echte succes van een bedrijf niet alleen kan worden gemeten aan de hand van wat het verdient… maar ook aan hoe het die winst besteed?
Dat is een essentiële vraag.
Want geen enkel bedrijf bestaat los van de natuur.
Ongeacht de sector waarin het actief is, is elk bedrijf op de een of andere manier afhankelijk van de natuur.
Het voedsel dat we produceren, de grondstoffen die we verwerken, het water dat we gebruiken, de energie die we verbruiken en zelfs de landschappen die onze economieën ondersteunen, zijn allemaal afhankelijk van gezonde ecosystemen.
Toch verdwijnen deze ecosystemen voor onze ogen.
Wetenschappers schatten dat momenteel ongeveer een miljoen dier- en plantensoorten met uitsterven worden bedreigd.
De bossen blijven krimpen. Wetlands verdwijnen. De oceanen warmen op. Natuurlijke leefgebieden raken elk jaar een beetje meer versnipperd.
Er wordt vaak over biodiversiteit gesproken alsof het een onderwerp is dat alleen betrekking heeft op wilde dieren.
In werkelijkheid is het juist de biodiversiteit die ons eigen leven mogelijk maakt.
Dankzij levende bodems kunnen we ons voedsel verbouwen. Bestuivers maken een groot deel van onze landbouw mogelijk. Bossen reguleren het klimaat en slaan koolstof op. Wetlands filteren op natuurlijke wijze het water. En de oceanen produceren bijna de helft van de zuurstof die we inademen.
Met andere woorden: onze hele economie is gebaseerd op diensten die de natuur ons biedt… gratis.
Het beschermen van de biodiversiteit betekent dus niet alleen het beschermen van dieren of de natuur. Het betekent het behouden van de omstandigheden die ons leven überhaupt mogelijk maken.
Gelukkig worden steeds meer bedrijven zich bewust van hun impact op het milieu: ze verminderen hun uitstoot, herzien hun verpakkingen, verbeteren hun toeleveringsketens en investeren in duurzamere werkwijzen.
Deze inspanningen zijn onmisbaar.
Maar voor ons is het verminderen van de impact niet meer voldoende.
Al eeuwenlang functioneert onze economie volgens hetzelfde principe: we onttrekken grondstoffen aan de natuur, verwerken die tot producten en creëren vervolgens economische waarde.
Maar slechts een minuscuul deel van die waarde vloeit daadwerkelijk terug naar de natuur die dit mogelijk heeft gemaakt.
Wat als we zouden besluiten om het anders aan te pakken?
Niet om het feit te compenseren dat we blijven vervuilen. Niet om de inspanningen om onze impact te verminderen te vervangen.
Maar omdat het teruggeven aan de natuur simpelweg deel zou moeten uitmaken van de normale bedrijfsvoering.
Als bedrijven immers elke dag van de natuur profiteren, zouden ze dan niet ook moeten bijdragen aan de bescherming ervan?
Het is deze gedachte die Almo Nature ertoe heeft gebracht een totaal ander bedrijfsmodel te hanteren.
Tegenwoordig is het bedrijf volledig eigendom van de Fondazione Capellino, een stichting zonder winstoogmerk die zich inzet voor de bescherming van de biodiversiteit.
100 % van de nettowinst van Almo Nature wordt dus volledig herinvesteerd in projecten ter bescherming van de biodiversiteit via een model dat we de ‘Reintegration Economy’ noemen , in plaats van terug te vloeien naar particuliere aandeelhouders.
De winst is niet verdwenen. Het verschil is dat deze niet langer het einddoel is.
Ze worden een middel om het herstel te financieren van de ecosystemen waarvan alle bedrijven afhankelijk zijn… en, uiteindelijk, ieder van ons.
Is dit een perfect model? Nee.
Is het op zichzelf voldoende? Ook niet.
Maar we zijn ervan overtuigd dat het een stap in de goede richting is.
Stel je eens voor dat elk bedrijf slechts 5, 10 of 15% van zijn winst zou besteden aan het herstel van ecosystemen, het opnieuw verbinden van natuurlijke leefgebieden of de bescherming van bedreigde diersoorten.
In plaats van alleen maar waarde te onttrekken aan de aarde, zouden ze ook moeten bijdragen aan de regeneratie ervan.
In wezen is dat het idee achter de Reintegration Economy: het is niet alleen een ander economisch model, het is een andere manier om na te denken over de relatie tussen het bedrijf en de natuur.
Een manier om te erkennen dat we niet kunnen blijven nemen… zonder ooit iets terug te geven.
Eeuwenlang waren bedrijven erop gericht economische waarde te creëren. Misschien is de volgende stap wel om die waarde te creëren en tegelijkertijd de ecosystemen te herstellen die dat mogelijk maken.
Niet omdat de regelgeving dat voorschrijft.
Niet omdat consumenten dat verwachten.
Maar omdat de biodiversiteitscrisis geen ver-van-mijn-bed-show meer is.
Het is een van de grootste uitdagingen van onze tijd.
Eén ding is zeker: we kunnen niet doorgaan met het uitputten van de natuur zonder haar in ruil daarvoor een deel terug te geven van wat ze ons biedt.